Jihočeský kraj - oficiální server provozovaný Krajským úřadem

Grondgebied, natuur


picture

Het gewest Zuid-Bohemen is voornamelijk bekent vanwege zijn landbouw, visserij en bossen. Pas gedurende de vorige eeuw heeft zich hier industrie ontwikkeld, voornamelijk georiënteerd op verwerking. Het gewest wordt geografisch gezien als één geheel, waarbij de kern gevormd wordt door de zuidboheemse valei. Aan de zuidwest kant omgeven door Šumava, verder de uitlopers Brd, Centraal-Tsjechische graniet heuvelland, Tsjechisch-moravisch heuvelland en de Nové Hrady heuvels. De zuidboheemse valei vormt twee bekkens, de Českobudějovice en de Třeboň bekken.

Een groot deel van de gewestelijke grens vormt de staatsgrens met Oostenrijk en Duitsland (totaal 323 km), verder grenst het gewest aan gewest Plzen, Centraal-Tsjechisch gewest, Vysočina gewest en het zuidmoravisch gewest. Het grenzende karakter maakt effectieve internationale samenwerking mogelijk op het gebied van productie, diensten en toerisme, waarbij onder andere de gewestelijke attractiviteit gebruikt wordt op het gebied van ongerepte natuur en culturele monumenten.

picture

De oppervlakte van het gewest is 10 057 km2, wat ongeveer 12,8 % van oppervlakte van de Tsjechische republiek is. Van deze oppervlakte is een derde deel bos en 4 % water. Het merendeel van de bossen ligt op een hoogte van 400 - 600 m boven zeeniveau, waardoor de enigszins ruige klimatologische omstandigheden verklaart worden. Het hoogste punt van Zuid-Bohemen is de Šumava berg Plechý (1 378 m), anderzijds het laagste punt (330 m) is de wateroppervlaktespiegel van het Orlík stuwmeer in de gemeente Písek.

Het gewestelijke grondgebied ligt in de waterloop van de hoge en midden Vltava rivier met de zijrivieren Otava, Lužnice, Malše, Blanice en anderen. In het verleden waren hier meer dan 7000 vismeren, met een hedendaagse oppervlakte van meer dan 30 000 ha. De grootste vismeren zijn Rožmberk met een oppervlakte van 490 ha, Bezdrev met 450 ha en Horusický meer met 415 ha, dit zijn tegelijkertijd ook de grootste vismeren in de Tsjechische republiek. Naast deze vismeren is op het gewestelijke grondgebied het grote stuwmeer Lipno aangelegd (het grootste wateroppervlakte van de Tsjechische republiek met 4 870 ha), Orlík met een uitgebreid recreatie gebied en Římov, dienstdoende als waterreservoir voor een groot gedeelte van het gewest. In verband met de bouw van kerncentrale Temelín is het stuwmeer Hněvkovice aangelegd.

Het zuidboheemse gewest is niet rijk aan grondstoffen, er worden bijna geen bronnen van energetische grondstoffen gevonden. Belangrijke natuurlijke rijkdommen zijn de uitgestrekte bossen van Šumava en van het Nové Hrady gebergte. Het gaat hier voornamelijk om naaldboom bossen, spar en dennenbos. De grootste grondstoffen rijkdom vormen zand en steenslag, betongrind, baksteen klei en glas zand. Van de overige bronnen is de belangrijkste veen en op een aantal andere lokaliteiten leem, kalk en grafiet.

picture

De milieu toestand kan met het oog op andere gewesten in de Tsjechische republiek gekarakteriseerd worden als licht vervuild. Ondanks dat de emissie druk langzamerhand lager wordt, zijn er een aantal bronnen van vervuiling, voornamelijk in de landbouw en industrie. Ondanks beduidende verbetering vanaf 1990 wordt de Vltava rivierstroom van het grootste gedeelte op het gewestelijke grondgebied gekarakteriseerd als vervuild, beter is de situatie in de Otava en Lužnice rivieren. Het schoonste is de stroom van de Malše rivier (voornamelijk rond het Římov stuwmeer) en de bovenstroom van Vltava en Blanice. Bosgebieden zijn voor 80 % aangegeven als ongerept, en de overige 20 % licht verontreinigt. Een positief verschijnsel is de relatief schone lucht, behorend tot één van de schoonste in de Tsjechische republiek.

Het gewestelijke grondgebied heeft altijd al een meer toeristisch karakter dan industrieel karakter gehad. Het streven om het natuurlijke karakter te waarborgen wordt weerspiegeld door de benoeming van het Nationaal Park Šumava (oppervlakte 685 km2 - inclusief het gedeelte behorende tot het gewest Plzeň), het beschermd gebied Šumava (oppervlakte 945 km2 - een deel behoort ook tot het gewest Plzeň), Třeboňsko (700 km2) en Blanský bos (212 km2). In het gewest zijn 288 kleine beschermde reservaten opgesteld en een groot aantal beschermde natuurlijke gebieden.

 České Budějovice

Stedelijke monumentale reservaten zijn het historische centrum van de stad České Budějovice, Český Krumlov (op de UNESCO lijst van cultureel erfgoed), Jindřichův Hradec, Třeboň, Slavonice, Prachatice en Tábor. Daarnaast is in het gewest een groot aantal historische monumenten, zoals het slot Hluboké nad Vltavou, Českém Krumlově, Blatné, Červené Lhotě, kasteel Zvíkov en Orlík. Onderscheidend is ook de zogenaamde volksarchitectuur, voornamelijk de "Boeren Barok". Onder één van de aller bekendste monumenten van deze aard is valt het dorpje Holašovice (gemeente České Budějovice), in het jaar 1998 opgenomen in de lijst van beschermde monumenten van UNESCO.

Copyright (C) 2011 Jihočeský kraj        Mapa webu        Prohláąení o přístupnosti stránek        Webmaster        Úvodní stránka        Jsme na Facebooku