Zuid-Bohemen behoort dankzij haar geografische ligging en natuurlijke omstandigheden tot die omgevingen, waar sinds mensenheugenis de eerste nederzettingen werden aangetroffen. In een oorspronkelijk landbouwgebied met traditionele visserij en bosbouw, werd aan het begin van de 20e eeuw industriële productie opgezet. De attractiviteit van natuur en culturele en historische rijkdom in dit gewest heeft geresulteerd in een toeristische ontwikkeling. De geografische liggen ten opzichte van de aangrenzende landen, heeft in de afgelopen jaren het belang aangetoond van mogelijke collaboratie met buurlanden uit de Europese Unie.
Zuid-Bohemen is een geografisch afgesloten geheel, waarbij de kern gevormd wordt door de zuidboheemse valei met de Českobudějovice en de Třeboň bekkens. Aan de zuidwest kant omgeven door Šumava, verder de uitlopers Brd, Centraal-Tsjechische graniet heuvelland, Tsjechisch-moravisch heuvelland en de Nové Hrady heuvels.
Het gewest is niet erg rijk aan grondstoffen. Merendeels het exploiteren van steenslag, betongrind, baksteen klei en in beperkte maten keramische leem, kalk en grafiet. Een belangrijke natuurlijke rijkdom is bos, dat meer dan een derde deel van de gewestelijke oppervlakte in bezit neemt.
Met oog op internationaal vervoer neemt het zuidboheemse gewest een strategisch rol in het noord - zuid verkeer. Het gewest wordt doorkruist door een belangrijke internationale weg verbinding en een noord - zuid spoor corridor. Een probleem is het verbinden van het gewest op het Europese vervoersnet.
De industriële productie is voornamelijk geconcentreerd in de Českobudějovice agglomeratie en in de gemeentes Tábor en Strakonice. Dit is overwegend verwerkende industrie (levensmiddelen en drank productie, vervoersmiddelen, machines en werktuigen, textiel en kleding).
Landbouw is voornamelijk georiënteerd op plantaardige productie, overwegend granen, olie en aardappelen. Dierlijke productie rund en varkensteelt. Een eeuwenoude traditie in Zuid-Bohemen vult de visserij in. Visteelt op 25 000 ha wateroppervlakte omvat de helft van de totale jaarlijkse Tsjechische productie.
Het zuidboheemse gewest is een belangrijk toeristisch en recreatief gebied. Toerisme noteert de laatste jaren de grootste groei in ondernemingsactiviteiten in het gewest. De totale ondernemingssector vormt in het zuidboheemse gewest 144 000 subjecten, van wie er bijna 75% fysieke personen zijn.
De basis voor wetenschappelijke ontwikkelingen zijn de Instituten van de Tsjechische Academie van de Wetenschap, merendeels in Zuid-Bohemen gericht op biologie en ecologie. Wetenschappelijk werk is daarnaast ook een onderdeel van de activiteiten van de Universiteit van Zuid-Bohemen in České Budějovice, Jindřichův Hradec en Nové Hrady.